D66, VVD en CDA stemden tegen, net als onder meer PRO, ChristenUnie, DENK, PvdD, SP, 50PLUS en Volt. Kabinet belooft juist vrijwilligheid Het stemgedrag is opvallend omdat het kabinet bij de uitvoering van de Europese Natuurherstelverordening juist benadrukt dat Nederland terughoudend te werk wil gaan. Minister Jaimi van Essen (D66) van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur schreef in augustus dat Nederland de Europese regels „zo lastenluw mogelijk” wil uitvoeren.
Nederland heeft volgens hem bovendien „veel keuzeruimte”. Ook in het Ontwerp-Natuurplan zelf staat dat Nederland „nadrukkelijk” geen extra nationale eisen boven op de Europese regels wil zetten. De aanpak blijft volgens het document „gebiedsgericht, programmatisch en op basis van vrijwilligheid”. Toch wilde de coalitie niet vooraf vastleggen dat boeren en vissers gevrijwaard blijven van aanvullende beperkingen.
Huidig beleid haalt doelen niet Daar staat tegenover dat het kabinet zelf erkent dat het huidige natuurbeleid onvoldoende is. „Met het huidige beleid alleen halen we de doelen niet”, staat in het Ontwerp-Natuurplan . Ook na bestaand en voorgenomen beleid blijft volgens het kabinet „landelijk nog een restopgave over”. Wat die restopgave precies betekent voor boeren, vissers en grondgebruik is nog niet uitgewerkt.
Het definitieve Natuurplan moet uiterlijk op 1 september 2027 naar Brussel. Ook het Planbureau voor de Leefomgeving ziet een gat tussen de huidige maatregelen en de Europese doelen. Het PBL schreef samen met Wageningen University & Research en de Universiteit Utrecht dat „de inzet op vrijwillige instrumenten niet voldoende” is. Volgens de onderzoekers kunnen onder omstandigheden „meer dwingende instrumenten” nodig zijn.
Tegelijk vinden zij dat het kabinet eerst veel duidelijker moet maken hoe groot de resterende natuuropgave eigenlijk is. „Als de opgaven niet duidelijk zijn, is er geen basis om aanvullend beleid op te baseren.” Kamer wil eerst gevolgen zien VVD en CDA stemden niet tegen iedere poging om grip te krijgen op het Natuurplan. De Kamer nam dezelfde dag een motie aan die vraagt om een onafhankelijke sociaal-economische analyse voordat definitieve keuzes worden gemaakt.
CDA-Kamerlid Jan Arie Koorevaar was daarvan de eerste indiener. Ook werd een motie van ChristenUnie-Kamerlid Pieter Grinwis en VVD'er Den Hollander aangenomen. Die verplicht het kabinet de Kamer vooraf te informeren en te betrekken bij maatregelen voor de restopgave. Daarbij moeten onder meer het benodigde ruimtebeslag, het tijdpad en de financiële gevolgen inzichtelijk worden gemaakt.
De lijn van VVD en CDA lijkt daarmee niet te zijn dat extra beperkingen al vaststaan, maar dat zij zulke maatregelen ook niet bij voorbaat willen uitsluiten. Verslechtering zelf is ook inzet van debat De voorwaarde in de FVD-motie dat eerst moet worden aangetoond dat de Nederlandse natuur „aantoonbaar verslechtert”, is eveneens politiek omstreden. Het Natuurplan zelf bevat cijfers die op forse achteruitgang wijzen.
Zo zijn kenmerkende boerenlandvogels volgens het document sinds het begin van de twintigste eeuw gemiddeld met 85 procent in aantal afgenomen. Ook graslandvlinders namen sterk af. Dekker betwist juist de manier waarop zulke historische referenties worden gebruikt. Een aparte FVD-motie waarin het kabinet werd gevraagd het gekozen referentiejaar per gebied beter te onderbouwen, werd eveneens verworpen.
Van verzet tegen EU-wet naar uitvoering De politieke positie van vooral de VVD is sinds 2024 zichtbaar verschoven. Toen steunde een Kamermeerderheid nog een oproep om Nederland in Brussel tegen de Europese Natuurherstelverordening te laten stemmen. Nederland stemde uiteindelijk ook tegen. De verordening werd desondanks Europees aangenomen en is inmiddels bindend.
Daardoor gaat de discussie nu niet meer over de vraag óf Nederland de regels uitvoert, maar hoe streng die uitvoering wordt. Voor boeren en vissers blijft vooral die laatste vraag open. Het kabinet belooft vrijwilligheid en een lastenluwe aanpak, terwijl het eigen ontwerp erkent dat de doelen met het huidige beleid niet worden gehaald en het PBL al waarschuwt dat vrijwillige maatregelen mogelijk tekortschieten.
Een harde garantie dat het definitieve Natuurplan geen nieuwe gebruiksbeperkingen oplevert, heeft de Kamer in ieder geval niet gegeven. De motie die dat expliciet wilde vastleggen, strandde met 49 tegen 101 stemmen.




