Zijn conclusie: een meerderheid blijft mogelijk, maar de regering kan niet rekenen op een vanzelfsprekende voortzetting van de huidige machtsverhoudingen. Volgens de Tweede Kamerpeiling van De Hond van begin oktober staan de drie regeringspartijen gezamenlijk op 42 zetels. Bij de verkiezingen waren dat er nog 66. De VVD staat tien zetels lager, D66 verliest er acht en het CDA zes.
Daarmee zijn de coalitiepartijen samen 24 zetels kwijtgeraakt. Die terugval is vooral relevant omdat het kabinet ook in de Eerste Kamer afhankelijk is van steun buiten de eigen coalitie. Momenteel beschikken VVD, D66 en CDA daar samen over 22 zetels. PRO heeft er veertien. Zelfs wanneer PRO alle kabinetsvoorstellen steunt, komen deze vier partijen gezamenlijk uit op 36 zetels.
Voor een meerderheid zijn er 38 nodig. Het kabinet moet dus ook steun zoeken bij kleinere fracties of onafhankelijke senatoren. De Hond heeft zijn peiling van 4 oktober gebruikt om een mogelijke samenstelling van de nieuwe Eerste Kamer te berekenen. Daaruit blijkt dat vooral partijen rechts van de VVD kunnen profiteren. JA21 zou zeven zetels winnen.
De PVV gaat er volgens deze berekening zes vooruit. FVD krijgt er vier zetels bij. Samen betekent dat een winst van zeventien zetels voor deze drie partijen. Voor BBB ziet het beeld er heel anders uit. De partij zou vijftien zetels verliezen ten opzichte van haar oorspronkelijke resultaat in 2023.




