Tegelijkertijd proberen duizenden slachtoffers via de Britse rechtbank hun geld terug te krijgen. In het kort: Een Chinese aanklager vraagt om de confiscatie van bijna 62.000 bitcoin. De Britse politie nam de munten in beslag bij een onderzoek naar witwassen. Een Britse rechter heeft bepaald dat Chinees recht geldt bij het beoordelen van claims van slachtoffers.
Fraude trof meer dan 100.000 mensen De Chinese zakenvrouw Zhimin Qian verkocht tussen 2014 en 2017 financiële producten waarmee volgens justitie meer dan 100.000 mensen geld verloren. Qian vluchtte later naar het Verenigd Koninkrijk. De Britse politie vond daar apparaten met toegang tot haar cryptowallets. Zij werd in april 2024 opgepakt en bekende later schuld aan twee witwasmisdrijven.
In november 2025 kreeg ze een gevangenisstraf van elf jaar en acht maanden, blijkt uit een verklaring van het Britse Openbaar Ministerie . De Britse autoriteiten namen ruim 61.000 bitcoin in beslag. Het gaat om de grootste cryptovangst ooit in het land. China heeft de munten nog niet De aanklager in Tianjin wil nu via de rechter 61.896 bitcoin opeisen.
Ook wil hij beslag leggen op verschillende andere bezittingen, meldt het Chinese zakenmedium Yicai . Het verzoek gaat niet alleen over de oorspronkelijke opbrengst van de fraude. Ook bezittingen die met dat geld zijn gekocht en latere opbrengsten vallen er volgens de aanklager onder. Geld dat aan slachtoffers moet worden terugbetaald, is daarvan uitgezonderd.
Britse rechter neemt belangrijke beslissing De Britse High Court behandelt claims van duizenden mensen die zeggen slachtoffer te zijn. Zij proberen via de rechter een deel van het enorme bitcoinvermogen terug te krijgen. Onlangs bepaalde de Britse rechter dat Chinees recht moet worden toegepast bij het beoordelen van de rechten van de slachtoffers. De rechtszaak vindt wel plaats in het Verenigd Koninkrijk.
De Britse rechtbank moet nog bepalen wie daadwerkelijk recht heeft op het vermogen. Ook in China loopt de procedure verder. De Chinese rechtbank geeft belanghebbenden zes maanden de tijd om zich bij de zaak te melden.