Leesinstellingen
Bewaarde artikelenMijn onderwerpen
Sport

'Boekhouder Mike' in 2030 in olympische bobslee? 'Op kantoor lachen ze me uit'

Gepubliceerd: 16-10-2026 06:24 · Den Bosch · Laatst bijgewerkt: 16-10-2026 15:38

Mijn onderwerpen

4 min leestijd1 bron bekijkenFout melden
'Boekhouder Mike' in 2030 in olympische bobslee? 'Op kantoor lachen ze me uit'
'Boekhouder Mike' in 2030 in olympische bobslee? 'Op kantoor lachen ze me uit'

Om in 2030 in het Franse La Plagne de beste olympische bobsleeprestatie ooit te overtreffen, wordt nu al hard gewerkt. Mike Schapendonk, een Brabantse boekhouder uit Den Bosch, kan een van de nieuwe namen worden die de topprestatie van Dave Wesselink en Jelen Franjic in een geleende slee moeten overtreffen.

Woensdag beleefde boekhouder Schapendonk zijn vuurdoop: met meer dan honderd kilometer per uur naar beneden in de tweemansbob in Lillehammer. En dat smaakte naar meer. "Het gaat onwijs hard, je wordt van links naar rechts gegooid en je maakt klappen tegen de zijkant. Ik vond het super, ik hoop dat ik morgen weer mag." Schapendonk werd geselecteerd op basis van testdagen die de Bob- en Sleebond Nederland (BSBN) vorig jaar organiseerde. "Ik heb in mijn studententijd gerugbyd", vertelde Schapendonk bij Langs de Lijn En Omstreken op NPO Radio 1. "Daar moest ik mee stoppen door blessures.

Dus ik was op zoek naar een nieuwe sport. Op een vrijdag hoorde ik op de radio dat er op zondag een testdag zou zijn." "Twee dagen later stond ik op die testdag: dertig meter sprinten op een indooratletiekbaan en vanuit stilstand verspringen. Toen bleek dat ik echt nog niet goed genoeg was. Maar daarna heb ik een half jaar hard getraind. En toen was ik wél goed genoeg." Als lid van het opleidingsteam oefende Schapendonk al in het Duitse Winterberg op een pushtrack, waar hij met een ijzeren kar op rails de start oefende.

Maar dat is niet te vergelijken met een echte afdaling. "Ik ben heel zenuwachtig", bekende hij een paar dagen geleden nog over zijn aanstaande ontgroening in het ijskanaal. "Maar ik heb er ook heel veel zin in. Mij is verteld: beeld je de heftigste achtbaan in ter wereld en dat keer honderd." Als remmer is het Schapendonks taak om de slee zo hard en explosief mogelijk in gang te duwen.

Daarna ligt zijn lot in handen van de piloot. In dit geval Tobias Janssens, een oud-atleet uit Heemskerk die al wat meer bagage heeft in de sport. Zo werd Janssens in januari in Innsbruck zesde bij Europese kampioenschappen voor junioren. Hij deed daarna nog de WK junioren en deed deze zomer ook nog gewoon mee aan het NK tienkamp. Intussen heeft hij al zijn kaarten op de wintersport gezet.

De baan in Lillehammer was ook voor de piloot nieuw. "Normaal ben ik wel redelijk chill ", vertelt Janssens. "Maar voor de eerste run had ik wel knikkende knieën. Het is heel intens, alles gaat héél snel. En jij moet zorgen dat jijzelf en de mensen achterin veilig beneden komen. Dat geeft wel extra druk." Het meeste werk vindt plaats buiten de baan. "Vooraf doe je heel veel mindruns (de run alvast visualiseren).

Je leert de hele baan uit je hoofd: welke bocht gaat waarheen, wat moet je doen in die bochten. Als je eenmaal in de slee zit, kun je alleen opnemen, verwerken en door naar de volgende bocht. Je mag er niet over blijven nadenken, want daar heb je geen tijd voor." Remmer Schapendonk vult aan: "Ik dacht alleen: bizar hoe een piloot nu bezig kan zijn met sturen.

Ik was alleen maar bezig met mezelf vasthouden. Ik zou nu nooit kunnen sturen, daar heb ik echt nog geen ruimte voor om over na te denken. Ik moet niets geks doen: een klein beetje duwen, inspringen en zo plat mogelijk liggen en dan zo stevig mogelijk vasthouden. " Woensdag gingen Janssens en Schapendonk drie keer naar beneden. In de komende maanden krijgen ze de tijd om aan elkaar te wennen en de fijne kneepjes van het vak te leren. "Wij hebben nu vier trainingsweken aan een stuk, waarin we zoveel mogelijk afdalingen willen maken." Na zijn eerste runs op de olympische baan van Lillehammer (1994) voelt deelname aan de Olympische Spelen van 2030 voor de in Kaatsheuvel opgegroeide Schapendonk niet langer als een sprookje. "Dromen doe ik er nog niet over, hooguit nachtmerries.

Wat ze er op mijn boekhoudkantoor van vinden? Daar lachen ze me alleen maar uit." E-mail (opent in nieuw venster) Facebook (opent in nieuw venster) WhatsApp (opent in nieuw venster)

Bronnen

Meld een fout in dit artikel

Klopt de tekst, foto, vertaling of categorie niet? Laat het de redactie weten.

Gerelateerde berichten

Meer updates zoeken in een onderwerpdossier →